Aleid Truijens (Blauwe broer 4)

Ze schreef er al eerder over in de Volkskrant, maar gisteren herhaalde ze haar aanval op het plan van de Verkenningscommissie Klassieke Talen om de proefvertaling in het CE af te schaffen. (Helaas staat het artikel op dit moment nog niet on-line). Aleid Truijens vindt het niet juist om een examen makkelijker te maken als de resultaten tegenvallen.

Dat klinkt alleszins redelijk en ik moet bekennen dat ik haar vrees zelfs wel enigszins deel. Maar het zou dan wel beter zijn geweest als haar argumenten in ieder geval op feiten berustten. Nu wekt ze de indruk het rapport vluchtig te hebben bekeken (en ze heeft zelfs geteld hoeveel keer het woord 'reflectie' erin staat), maar toch niet te hebben zien staan dat de Commissie nog steeds voorstelt om een ongeziene tekst in het CE te stoppen, die dan weliswaar niet vertaald gaat worden, maar waar toch de nodige vragen over gesteld gaan worden. (blz.46/47). Truijens schrijft (Heet de stijlfiguur niet permissio?): "Schaf die akelige vertaling af! We beperken de examens tot onderdelen die 'steevast' goed scoren: vragen over de historische en culturele context."

Tja.

De vragen over gelezen tekst gaan toch echt grotendeels over Latijnse tekst. En de vragen die straks over ongelezen tekst gaan, zullen ook grotendeels vragen worden over Latijn, lijkt me.

Verder beweert Truijens dat het grote probleem is dat er te veel leerlingen op het gymnasium zitten die daar niet thuishoren. Helaas gaat ze niet in op wat daarover in het rapport staat (op blz. 26): Op het gymnasium zitten leerlingen die bij zo'n beetje alle andere vakken veel hoger scoren dan de overige VWO-leerlingen. 

Dat betekent dus dat Latijn en Grieks (vooral het proefvertalen) ofwel veel moeilijker zijn (of dat de classici veel veeleisender zijn) of dat leerlingen veel minder bereid zijn tijd in deze vakken te stoppen omdat ze ze niet boeiend genoeg vinden.

Ik vind zelf niet dat ik in de bovenbouw (op een scholengemeenschap) veel leerlingen heb die te dom zijn voor mijn vak. Ze spannen zich in de les behoorlijk in en doen ook thuis nog wel wat, maar desondanks zijn er simpelweg niet zoveel leerlingen die zo'n proefvertaling echt goed kunnen maken. Ik vind het persoonlijk wel goed verdedigbaar dat je probeert een vak (met examen) zo in te richten dat de betere VWO-leerling er intellectuele bevrediging en uitdaging in vindt en dat hij ook door zijn best te doen een goede kans maakt om voor zijn examen een voldoende te halen. Het is een beetje flauw om alles alleen maar op te hangen aan die proefvertaling. Verder heeft de Commissie natuurlijk gelijk dat een vertaling misschien niet de ideale manier is om tekstbegrip te toetsen. (Bij de moderne talen zijn ze daar al heel lang geleden van afgestapt.)

Ik heb vandaag overigens een experimentje gedaan. Aan een tweede klas heb ik een ongelezen tekst uit het werkboek van Disco voorgelegd (de toets bij les 11) en daar alleen maar vragen over gesteld. De meeste leerlingen vonden dat absoluut niet makkelijker dan alleen maar vertalen. Dit is de toets: Download Disco 11 so

9 Responses to Aleid Truijens (Blauwe broer 4)

  1. Goede reactie op het stuk van Aleid Truijens. De overige reacties in de media zijn vaak op dezelfde toon gesteld. Of hierachter grondige lezing van het gehele rapport zit, betwijfel ik.
    Ik vond het erg leuk om je toets te zien. Dit is dus de richting die de commissie voorstelt om te gaan onderzoeken. Dat lijkt mij in ieder geval zeker de moeite waard en moet niet meteen afgeschoten worden door de proefvertaling heilig te verklaren.

  2. Ik heb het toetsje inmiddels nagekeken. Vraag 3 bleek door niemand te zijn begrepen. (Ik wilde als antwoord: Anchises begint over de zwerftochten van Aeneas. Dan staat er een dubbele punt en verwacht je plekken waar Aeneas is geweest, maar gaat het opeens over Dido) Die vraag is dus niet goed bruikbaar. Overigens vonden de leerlingen dit toetsje absoluut niet makkelijker dan alleen maar vertalen.

  3. De argumentatie in het rapport m.b.t. de leerlingpopulatie is helaas bijzonder zwak: “ze scoren hoger dan atheneumleerlingen, dus ze zijn niet minder getalenteerd of gemotiveerd dan vroeger”. Het lijkt me dat hier een premisse van twijfelachtige geldigheid is verzwegen.

    Ik heb het artikel van Truijens helaas nog niet gelezen. Wel deel ik haar vrees dat met de nieuwe toetsvorm de lat omlaag zal gaan. De opdracht was immers eens te kijken naar wat er gedaan kan worden aan die vele onvoldoendes. De commissie merkt op dat vooral op de proefvertaling slecht wordt gescoord en stelt voor deze toetsvorm te vervangen door een andere.

    Natuurlijk hoeven vragen over een ongelezen tekst niet makkelijker te zijn dan de opdracht deze tekst te vertalen, maar vragen kun je zo oppervlakkig en eenvoudig maken als je zelf wilt, terwijl een originele Latijnse tekst nu eenmaal altijd een bepaalde minimum moeilijkheidsgraad heeft. De proefvertaling leent zich daarom slecht voor vereenvoudiging. Bij een toetsvorm met vragen heb je daartoe meer mogelijkheden.

    Het wordt wel mooi omkleed met vrijblijvende suggesties m.b.t. een ‘gouden standaard’ en de bewering dat de lat met de nieuwe toetsvorm omhoog zal gaan, maar wie realistisch is ziet dat de omstandigheden (urenaantallen, tekort aan classici, combinatieklassen, en op de gymnasia leerlingen die niet willen en/of kunnen) in de nabije toekomst niet significant zullen verbeteren, als ze al niet verslechteren.

    Gelijkblijvende omstandigheden dus, het aantal onvoldoendes moet omlaag, en daartoe moet de toetsvorm waarop het slechtst gescoord wordt wijken. Ik trakteer de commissie graag op een krat bier als over tien jaar blijkt dat de lat niet omlaag is gegaan. Ik hoop echt vurig dat hun droomscenario klopt en ik ernaast zit.

    PS: in het licht van het bovenstaande is de concurrentie van technasium en TTO zo slecht nog niet. Als minder leerlingen voor gymnasium kiezen, is het tekort aan classici minder nijpend en dat kan de leskwaliteit ten goede komen.

  4. ik ben van mening dat met het afschaffen van de proefvertaling het niveau bij de klassieken verder naar beneden zal gaan. pogingen dit te ontkennen door te stellen dat vragen ook heel moeilijk kunnen zijn, zijn niet meer dan lapmiddelen om de veeleisende classicus voorlopig kalm te houden: de bedoeling is immers het niveau te laten dalen, zodat ongeschikte leerlingen toch binnen het gymnasium blijven? vragen NA de vertaling zie ik liever dan vragen IN PLAATS VAN de vertaling. Liever dan vereenvoudiging van een vak omwille van (vermoede) ongeschiktheid bij (mogelijk) intellectueel te kort schietende leerlingen, zie ik dat wordt gestimuleerd beide vakken in het eindexamen te kiezen, opdat wederzijdse bevruchting optreedt die de vertaalvaardigheid ten goede komt. op onze school geldt dubbelvakkigheid momenteel in de bovenbouw voor 35% van de leerlingen en ik blijf mijn uiterste best doen dit percentage minimaal te handhaven.

  5. Als je kijkt op bladzijde 25 van het rapport zie je dat het gemiddelde cijfer voor de proefvertaling door de jaren heen (van 2002-2010) 5,4 bedraagt. Dat betekent dat ongeveer de helft van de leerlingen onvoldoende scoort. Als je vindt dat die leerlingen dus eigenlijk niet op het gymnasium thuishoren zou je het aantal leerlingen moeten halveren. Dat lijkt me zowel voor zelfstandige gymnasia als voor scholengemeenschappen geen haalbare kaart.
    Ik denk dat 50 pagina’s OCT voor heel veel leerlingen simpelweg een te smalle basis is om een proefvertaling aan te kunnen. Wel blijft natuurlijk de grote vraag hoe dat moet met die vragen over een ongelezen tekst. Als ze pittig zijn, zullen nog steeds veel leerlingen slecht scoren. Als ze makkelijk zijn, laat je inderdaad toe dat het niveau is gedaald. Zoals mijn leerlingen van de week tegen mij zeiden: “Dan hebben wij dus straks meer moeten doen voor een gymnasiumdiploma dan de leerlingen van de toekomst.”

  6. Nog een kleine aanvulling: Het lijkt mij dat een examen zo in elkaar moet zitten dat leerlingen die een normaal leerproces hebben doorlopen een voldoende kunnen halen. Als een leerling dus qua intelligentie niet bij de betere VWO’ers hoort, hoeft hij geen 6 te halen. Als een school te weinig lesuren aanbiedt, moet dat ook afgestraft worden. Idem dito als een school klassen samenvoegt of onbekwame docenten les laat geven. Maar als dat allemaal in orde is, zou toch niet de helft mogen stranden. (Dat is ook niet zo natuurlijk) En het lijkt me ook weer niet zo dat je concessies moet doen aan het niveau omdat veel scholen niet aan die basiseisen weten te voldoen.

  7. Het is te kort door de bocht om te stellen dat Anneke de Vries, of wie dan ook, vindt dat alle leerlingen die onvoldoende scoren op de proefvertaling niet op het gymnasium thuishoren. Veel leerlingen op scholengemeenschappen krijgen nu nl. maar twee uur les in de examenklas. Of zitten in combinatieklassen. Of krijgen (in klas 2 en 3 in meer dan de helft van de gevallen!) les van ongediplomeerde leraren. Als een leerling in die beroerde omstandigheden geen voldoende haalt zou ik daarvoor niet in de eerste plaats naar de leerling wijzen.

  8. Oh, ik lees nu pas de laatste reactie van leraarklassieketalen. Ben het met de laatste zin helemaal eens.

  9. Aan de vooravond van de extra VCN-vergadering vraag ik me af of de ‘gouden standaard’ niet dwingend kan worden opgelegd. Vast wel, als de minister bereid is dat te eisen.

    Gezien de te verwachten verslechterende omstandigheden (o.a. minder kennis van ontleden bij leerlingen die met Latijn beginnen en minder classici (sterk vergrijsd beroep) zou een gesprek over een eventuele andere toetsvorm een gesprek over een geheide niveaudaling betekenen, voor welke toetsvorm je uiteindelijk ook kiest.

    Ervan uitgaande dat noch voor- noch tegenstanders van de proefvertaling een niveaudaling beogen, lijkt het me zinniger eerst te praten over manieren om het niveau op te krikken. Hoe e.e.a. dan vervolgens getoetst moet worden is vers twee. Eerst moet gebeuren wat noodzakelijk is: verbeterde lesomstandigheden.

    Bij BON las ik al de mooie suggestie van een centrale toets aan het eind van de onderbouw. Alleen wie deze haalt mag het vak in de bovenbouw blijven volgen. De minister, die het afgelopen week zelf over centrale onderbouwtoetsen had, staat hier wellicht voor open.

    Nog beter zou het zijn om eisen te stellen aan scholen die een gymnasiumopleiding willen aanbieden. De minister zou kunnen eisen dat de Klassieke Talen voor een bepaald minimum aantal lesuren op de lessentabel staan, dat er maximaal 1 niet-classicus in de sectie zit, dat soort dingen. Een school die aan deze eisen niet kan of wil voldoen mag geen gymnasiumstroom aanbieden. Scholengemeenschappen die nu wel de p.r. van het woord ‘gymnasium’ willen maar niet de bijbehorende investeringen willen of kunnen doen worden zo gedwongen keuzes te maken. Minder scholen zullen gymnasium aanbieden, maar de scholen die het aanbieden, bieden kwaliteit. Het tekort aan classici wordt zo ook minder nijpend.
    En, het mooiste: je kunt de leerlingen uitdagend onderwijs blijven bieden.

    Pas als dit gerealiseerd is, is een zinnig gesprek over de toetsvorm mogelijk.

Laat een reactie achter

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>